Navigate / search

Ontmoet professor Babybrabbel

Een staaltje babymanagement van de bovenste plank. Vraag jij je ook af hoe je kind leert praten en vooral, wat al dat gebrabbel betekent? Professsor Deb Roy, verbonden aan het MIT-onderzoekscentrum in Boston, stelde zich dezelfde vraag toen hij vader werd. En hij nam geen halve maatregelen. Vlak voor de geboorte van zijn zoon, hing hij zijn huis vol met elf videocamera’s en veertien microfoons. Inmiddels heeft hij een kwart miljoen uur aan data verzameld. Wat heeft hij geleerd?

Theorie
Over de vraag hoe een kind leert praten, wordt al jaren pittige gedebatteerd. In hoofdlijnen bestaan er twee theorieën. De natuurtheorie die stelt dat een kind bij geboorte al beschikt over het vermogen om taal te leren. En de cultuurtheorie die stelt dat een kind leert praten door interactie met anderen. Roy koos geen partij in deze discussie. Hij was niet eens zozeer geïnteresseerd in de manier waarop een kind leert praten, als wel in een methode waarmee hij zijn robot kon laten praten. En, om dat uit te vinden – en daarmee zijn robot te kunnen programmeren – wilde hij het kunstje afkijken bij mensen.

Harde schijven
Hij dook in de boeken en ontdekte dat de taalontwikkeling bij kinderen tot dit moment slechts gedeeltelijk was gevolgd. Er was nog geen onderzoek gedaan dat continu registreerde hoe een kind leert praten. En dus bereidde de prof zich op een bijzondere manier op de komst van zijn eerste kind voor: hij liet zijn huis volhangen met elf camera’s, veertien microfoons en genoeg harde schijven om alle geluiden van zijn koter op te kunnen slaan. Analoog aan het Human Genome Project, dat onderzoek verricht naar de genetische geschiedenis van de mens, doopte hij zijn creatie tot Human Speechome Project.

Babyblabla
Inmiddels heeft Roy een kwart miljoen uur aan data opgeslagen, 200 gigabyte, onder meer bestaande uit 90.000 uur video en 140.000 uur audio (klik hier voor een boeiend voorbeeld). Om in deze massa babyblabla patronen te ontdekken, ontwikkelde hij speciale software. Een programma, Blitzscribe, herkent woorden en print ze uit. ‘We hebben nu vier miljoen woorden verzameld, de meest complete registratie van het dagelijks leven in een huis ooit gemaakt,’ aldus Roy. Een ander programma, TrackMacks, analyseert de videobeelden en stelt vast wie wanneer met elkaar in contact is.

Geboorte van woorden
Hoewel de software nog druk aan het rekenen is, ziet Roy al interessante resultaten verschijnen. Zo ka hij de ‘geboorte’ van woorden vaststellen, ofwel het moment waarop zijn zoon bepaalde woorden voor het eerst gebruikt. Roy beseft dat zijn collega’s zijn resultaten pas zullen accepteren wanneer het onderzoek op een representatieve groep kinderen is uitgevoerd. Daarom heeft hij de Speechome-recorder ontwikkeld, een apparaat waarmee het onderzoek relatief eenvoudig is te herhalen in andere woningen. Voorwaarde is wel dat je de kelder inricht als datacentrum. ‘En verder zie ik natuurlijk veel mogelijkheden om, met de resultaten van dit onderzoek, eindelijk mijn robot te leren praten!’