Navigate / search

Afgestudeerde onderwijzers halen hun neus op voor de klas

ouderwetse meester

Omdat meesters de meest bedreigde diersoort van het basisonderwijs zijn, ging er een tijdje geleden gejuich op toen zich bij de Pabo meer mannelijke studenten aanmeldden. Te vroeg de slingers opgehangen: 63 procent van de gediplomeerde onderwijzers gaat vervolgens niet voor de klas staan, zo blijkt uit een onderzoek van het CBS.

Vage baantjes
Eén op de zeven leerkrachten is een man, in 2000 was dit nog een kwart, in 1901 stonden er uitsluitend meesters voor de klas. Het beperkte salaris, weinig aanzien en het vooruitzicht met louter vrouwelijke collega’s te moeten werken, zijn de voornaamste redenen van deze afname. Er is flink op de trom geslagen om het vak aantrekkelijker te maken voor mannen. Het geroffel leidde ertoe dat er meer mannen naar de Pabo trokken. Maar, eenmaal afgestudeerd, haalt de meerderheid van de kersverse onderwijzers de neus op voor het krijt- en digibord. Sommigen geven de voorkeur aan vage – maar beter betalende – baantjes als manager en onderwijsdeskundige. Anderen proeven geluk als docent op een middelbare school. Een onderzoek van het CBS laat zien dat slechts 37 procent van de gediplomeerden voor een groep basisschoolkinderen gaat staan. Helden zijn het, en niets minder. Dat leerlingen (lees: jongens) minder presteren onder juffen is niet bewezen, dat meesters en juffen verschillende opvoed- en onderwijsstijlen cultiveren wél. Bovendien lijken divers samengestelde teams betere kwaliteit te leveren.