Navigate / search

De krokodillentranen van de kinderopvang

krokodillentranen kinderopvang

De kinderopvangbranche wordt de laatste jaren geteisterd door een ware shake-out. Gingen er in 2012 49 kinderopvangbedrijven failliet, in 2013 legden honderden centra het loodje. Kinderopvang De Blokkentoren – met 27 vestigingen een grote speler in Gelderland – hoorde vorige week het faillissement uitspreken. De branche wijst steevast met een beschuldigende vinger naar Den Haag dat al te drieste bezuinigingen zou doorvoeren. Is dit verwijt terecht?

Verwende peuter
Het minste dat men de kinderopvangbranche kan verwijten is dat zij zich gedraagt als een verwende peuter. Net als een jong kind lijkt de sector louter in het nu te leven, niet gehinderd door een benul van de toekomst noch door een besef van lessen uit het verleden. En verwend omdat de branche bij tegenslag direct naar anderen wijst en als laatste de schuld bij zichzelf zoekt. Nog geen tien jaar geleden betaalden veel ouders zich blauw aan de kosten van de kinderopvang. Een bescheiden groep had het geluk dat hun werkgever zelf een centrum bestierde waar het kroost gratis kon verblijven of dat de baas bereid was een deel van de kosten van een externe plek te betalen. Maar zelfstandigen of ouders zonder royale chef moesten zich omhoog zien te werken op de legendarisch lange wachtlijsten van door de gemeente gesubsidieerde kinderopvangcentra. Ook al schreven ze zich in de eerste maand van de zwangerschap in, velen kwamen niet aan de beurt. Zij zochten opvang voor hun kind in de particuliere sector, maar ook hier was de beschikbaarheid beperkt, ondanks het feit dat de plekken een stuk duurder uitpakten: voor drie dagen opvang per week waren ouders al gauw rond de 750 euro per maand kwijt. De kosten waren weliswaar deels aftrekbaar – mits de inkomensdrempel niet werd overgeschreden – maar toch.

krokodillentranen kinderopvang

Nieuwe wet met ongelimiteerd budget
Op 1 januari 2005 trad een wet in werking die ouders in een klap verloste van hun problemen – en hoe. Van aanbodfinanciering via vaste budgetten stapte Den Haag over op vraagfinanciering met een, zoals later bleek, welhaast ongelimiteerd budget. Het onderscheid tussen particuliere kinderopvangplaatsen, bedrijfscrèches en gesubsidieerde plaatsen verdween. De overheid maakte de subsidies niet meer over aan de aanbieders maar aan de vragers. Via een declaratie bij het welbekende Toeslagenloket van de Belastingdienst kregen ouders voortaan een fors deel van hun kosten vergoed. Ouders met een (gezamenlijk) toetsingsinkomen van € 36.000 kregen voor het eerste kind de helft van de kosten terug en voor de tweede en volgende kinderen 62 procent. Naast deze inkomensgrens stelde het Rijk nog een paar voorwaarden in: per opgevangen uur werd maximaal € 5,68 betaald en daarnaast moest er sprake zijn van een ‘formele’ ofwel van een bij de gemeente geregistreerde kinderopvangplaats.

krokodillentranen kinderopvang

Verbluffende resultaten
Zelden zal de wetgever zulke verbluffende resultaten hebben geoogst en zelden zal zij het netto effect zo hebben betreurd. De kinderopvangbranche zette een groeispurt in die de wachtlijsten als bij toverslag deed verdwijnen. Werden er in 2006 nog 264.000 0 tot 4-jarige kinderen formeel opgevangen, in 2010 was dit aantal bijna verdubbeld tot 451.000. Buitenschoolse opvang en gastouderopvang voor 4 tot 12-jarigen lieten eenzelfde beeld zien: de aantallen stegen van 149.000 (2006) tot 371.000 (2010). De uitgaven aan kinderopvangkosten sloegen een krater in de rijksbegroting: tussen 2005 en 2013 verdrievoudigden de kosten tot een bedrag van drie miljard per jaar. Van een enigszins luie, op vaste subsidiepotten leunende sector veranderde de kinderopvangbranche in een dynamische groeimarkt waar termen als expansieve uitbreiding, marktontwikkeling, schaalvergroting en omzetprognose over tafel vlogen. De cijfers van de Nederlandse kinderopvang verschenen zelfs op het netvlies van gehaaide investeerders. Textielondernemer Jan Zeeman nam een belang in de Stichting Kinderopvang Nederland, een grote speler met ruim honderd vestigingen, en de Nederlands/Belgische durfkapitalist Bencis Capital Partners nam Catalpa, met twee honderd filialen de grootste kinderopvangorganisatie van Nederland, over. Een gouden greep: vier jaar later verdrongen zes Amerikaanse en Britse private equity firma’s zich voor de deur van Bencis nadat zij Catalpa in de etalage hadden gezet. Uiteindelijk ging het Amerikaanse Providence Capital er voor een bedrag van tussen de 400 en 500 miljoen euro mee aan de haal.

krokodillentranen kinderopvang

Aasgieren van de kinderopvangbranche
De investeerders moeten zich nog rijker hebben gerekend dan Warren Buffet op de dag dat hij Gilette overnam met de fameuze woorden: ‘Regardless of what happens, people always need to shave.’ Buffet verdiende 4.4 miljard dollar met zijn belegging. Voor de aasgieren die op de kinderopvangbranche neerstreken zijn dit soort winsten inmiddels buiten bereik – en dat hadden ze kunnen weten. De kostenexplosie werd met name veroorzaakt door een aantal wettelijke mazen die door de goedbedoelende Kamerleden over het hoofd waren gezien. Zo bleek de voorwaarde dat er sprake moest zijn van een ‘formele’ kinderopvangplaats boterzacht: buren, vrienden en grootouders die voorheen kosteloos op de kinderen pasten, haalden een papiertje op en lieten zich uit de staatsruif honoreren voor hun vrijwilligerswerk. Ook van het idee dat de hogere overheidsuitgaven ten dele zouden worden terugverdiend door een stijging van het aantal werkende (en dus belasting betalende) moeders kwam niets terecht. Zoals het Sociaal Cultureel Planbureau al in 2006 had aangetoond, bestaat er Nederland nauwelijks een relatie tussen de kosten van kinderopvang en de arbeidsdeelname van vrouwen. Of ouders wel of geen gebruik maken van kinderopvang is vooral een kwestie van cultureel slash godsdienstige opvattingen en de wetten van de portemonnee. De sinds 2005 sterk verlaagde kinderopvangkosten leidde er toe dat veel meer moeders hun kinderen naar de crèche brachten, niet om op kantoor of in een ziekenhuis de handen te laten wapperen maar om op tennisbaan of in boetiek de handen vrij te hebben.

krokodillentranen kinderopvang

Vergoedingen verlaagd
In de afgelopen jaren zijn deze en andere hiaten uit de wet grotendeels gerepareerd. Zo werd het aantal vergoede kinderopvanguren gekoppeld aan het aantal uren van de minst werkende partner: full-time huismannen- en vrouwen werden van de regeling uitgesloten. En, gedwongen door de uit de hand gierende kosten als gevolg van het grootschalige misbruik, heeft Den Haag tevens de vergoeding iets verlaagd, iets maar minder schokkend dan sommige politici u willen doen geloven. Worden werkende moeders door het kabinet ‘terug geknuppeld naar het aanrecht’, zoals een Groen Links-politica het formuleerde, wanneer ouders met een gezamenlijk inkomen van € 118.189 en hoger geen toeslag meer ontvangen? Ook voor andere inkomensgroepen zijn de kosten weliswaar gestegen – gemiddeld met € 80 per maand – maar, in vergelijking met het buitenland beschikt Nederland nog altijd over een van de meest riante kinderopvangvoorzieningen van de wereld. Zoals de reeks faillissementen illustreert, keert de kinderopvangmarkt schoksgewijs terug naar een schaal die is toegesneden op de werkelijke behoefte van ouders en, niet te vergeten, naar een kostenpost die voor de samenleving als geheel acceptabel is. Van dik hout: waarom ons gasgeld verjubelen aan dames die zonder jengelend kind een nieuwe handtas willen uitzoeken? De door al te royale wetgeving opgeblazen luchtballon loopt langzaam leeg. De aasgieren spreken verontrust van vraaguitval, crisis en inzakkende marktbewegingen maar in feite leert een verwende peuter langzaam op zijn eigen benen te staan. Wegvegen, die krokodillentranen.