Navigate / search

Tropische mijmeringen van een jonge vader

tropenhelm

“Ik droomde ervan, toen ik al die brommers zag, dat ik erop zou zitten,” zegt Rosa. “En nu zit ik erop!” Het is zeven uur ’s avonds. Palmbomen zwiepen heen en weer in een stevige warme wind. Rosa zit voorop, ik in het midden, Ingrid achterop. Rosa’s handen omklemmen het stuur. Links en rechts van de weg gaan handen ter begroeting omhoog naar de kleine blondine die kraaiend van de pret de motor lijkt te besturen. Goed dat Tooske’s camera’s hier niet in de buurt zijn: een meisje van vier zonder helm voor op een motortje zou ongetwijfeld goed zijn voor een minutenlange uitbrander van bitchy mamma. Lees verder

De vlag kan uit!

roodwitblauw

“Rosa, de vlag kan uit!”
“Maar, we hebben toch geen diploma gehaald?”
“Nee, dat niet. Maar er is een¬†prinsesje¬†geboren.”
Met enige twijfel graaf ik op zolder de Nederlandse driekleur op. Kan dat wel, denk ik ondertussen, overtuigd republikein zijn en dan een vlag uithangen voor een prinsesje?
Rosa staat achter me te juichen. Ze heeft de afgelopen weken in de buurt al tal van vlaggen met boekentassen zien hangen en is blij dat wij nu ook aan de beurt zijn.
“We kunnen ook een tandenborstel aan de vlag hangen,” opper ik. “Jij hebt laatst bij de tandarts toch je poetsdiploma gehaald?”
Ze schudt haar hoofd. Nee, deze vlag is voor het prinsesje.
Moet je als republikein ook alle sprookjes vermijden over prinsen en prinsessen?
Ondoenlijk natuurlijk, toch vraag ik me af welk wereldbeeld we onze kids meegeven door jarenlang verhalen te vertellen over machtige koningen en prinsessen die smachten naar helden op witte paarden. Hoe vertel ik haar een gezellig sprookje over veerkrachtige democratie, over het referendum over de Europese grondwet?
“(…) alle prinsen en prinessen die mochten mee praten, woonden in twee kastelen, een kasteel in Brussel en een kasteel in Straatsburg. Ze reisden steeds op en neer en dat kostte heel veel centjes (…).”
Ik prik de mast in de houder en kijk de straat in. We zijn de eerste die de vlag laten wapperen – we blijven vermoedelijk ook de enigen. Niemand zo gek als wij.
“Jippie, een vlag voor een prinses!”
Jubelend gaat ze naar school. Heel haar leven is nog een sprookje.

Waarom doet een papa dat?

‘Waarom doet een pappa dat?’ luidt de kop uit de Gooi- en Eemlander, het dagblad voor Hilversum en omstreken, waar ik sinds een paar maanden op geabonneerd ben. Het is half acht ’s ochtends, ik zit boven een bord muesli en de krant, Rosa lepelt een bordje pap naar binnen. Gelukkig stelt zij me deze vraag niet – voorlopig niet tenminste. Gisteren vond haar schooljuf het nodig om het klasje met 4- en 5-jarigen op de hoogte te brengen van het nieuws. “Er is iets heel ergs gebeurd,” wist Rosa me na school te vertellen. “Een papa was in de war en heeft drie kindjes dood geschoten, met een pistool.” Het drama speelde zich af op 500 meter van haar school. De vermoordde kinderen zaten evenwel op een andere school. Dat mede-leerlingen van de slachtoffertjes op de hoogte worden gebracht, begrijp ik. Maar waarom een 4-jarige peuter belasten met dit gruwelnieuws?