Navigate / search

Fulltime werken sluit goed vaderschap niet uit

Kun je 50 uur in de week werken en toch een betrokken vader zijn? Of moet je een papadag opnemen om jezelf ‘volwaardig vader’ te  mogen noemen? In het PapaPlus-manifest dat FNV Jong een paar weken geleden lanceerde, is dit ‘papadag-scenario’ de voorkeursnorm. De vakbond roept overheid en werkgevers op de vierdaagse werkweek in te voeren. Maar, is deze benadering niet te eenzijdig? Henk Hanssen, hoofdredacteur van IkVader, meent van wel. In dit stuk, dat vandaag ook in dagblad Trouw is verschenen, plaatst hij kanttekeningen bij het PapaPlus-manifest en wijst hij op andere methoden die de betrokkenheid van vaders ook kunnen vergroten. ‘Praat vaders geen schuldgevoel aan omdat zij geen papadag opnemen.’

Papadag: regel of uitzondering?
Enkele weken geleden lanceerde het jongerennetwerk van de FNV een manifest met als doel mannen beter in staat te stellen hun vaderrol gestalte te geven. Mannen zelf, werkgevers en overheid worden hierin opgeroepen te streven naar een vierdaagse werkweek: de ‘papa-dag’  dient regel in plaats van uitzondering te worden. ‘Worstel je los uit het kostwinnerskeurslijf. Werk een dag minder,’ stelt FNV Jong. Pas wanneer je vier dagen per week werkt, ben je een ‘volwaardig ouder’, luidt de boodschap.

Te eenzijdig
Dat de vakbond vaders een stem geeft in de voortgaande discussie over de verdeling werk en zorg verdient alle steun. De vraag is echter of het doel – het stimuleren van de betrokkenheid van vaders – gediend wordt met deze te eenzijdige benadering. Uit uitgebreid onderzoek blijkt namelijk dat de betrokkenheid van een vader niet wordt bepaald door kwantiteit maar door kwaliteit: niet de hoeveelheid tijd die hij aan zijn kind besteed, geeft de doorslag, maar de kwaliteit daarvan. Anders gezegd: ook een man die per week 40 of 50 uur buitenshuis werkt, kan een uitstekende vader zijn. Met name snel en adequaat reageren op een behoefte van het kind, blijkt cruciaal voor het ontstaan van betrokkenheid.

Sleutelrol moeder

Ten tweede is de rol van de moeder doorslaggevend, betogen onderzoekers. Zij heeft de sleutels tot het vaderschap in handen. Lang niet alle vrouwen (en mannen) beseffen dat vaders de behoeften van kinderen net goed aanvoelen als moeders. Sterker nog: veel vrouwen bewijzen lippendienst aan het idee van meer vaderlijke betrokkenheid. In enquêtes antwoorden ze volmondig ‘ja’ op de vraag of mannen een actievere rol in de opvoeding moeten spelen, in de praktijk blijft haar norm dè norm en is ze kritisch over zijn vermeende gebrek aan vaardigheden: ‘Laat mij het maar doen, Harry.’ Bij het doorbreken van deze Perfect Mamma Mythe ligt wellicht nog een schone taak voor de FNV Vrouwenbond.

 

Betrek vaders in communicatie
Ten derde kan de betrokkenheid vaders worden vergroot door hen meer te betrekken bij de communicatie rond het kind. ‘Onderwijs, gezondheidszorg en kinderopvang zouden doordrongen moeten worden van de betekenis van de vaderrol,’ schrijft K.D. Pruett , een aan Yale verbonden pionier in het vaderonderzoek. ’Zo niet, dan zullen zij, alleen al uit gewoonte, vaders blijven buiten sluiten bij het maken van afspraken, het uitnodigen voor voorlichtingsbijeenkomsten, workshops,  enzovoorts. Want, in 75 procent van de gevallen staat het woord ouder voor moeder.’

Verbeter juridische positie
Ten vierde dient de juridische positie van de vaders sterk verbeterd te worden zodat zij na een scheiding meer rechten krijgen dan de alimentatieplicht. Twee op de tien kinderen van wie de ouders scheiden, heeft in het eerste jaar na de scheiding geen contact meer met hun vader. Nog eens twintig procent heeft een slecht contact met hun vader (CBS 2008).

Kies positieve benadering
En tenslotte: benader vaders positief. Het wellicht abusievelijk uit het FNV-manifest oprijzende beeld als zou de Nederlandse vader behept zijn met een negentiende-eeuwse rolopvatting is niet terecht. In vergelijking met de meeste van zijn buitenlandse vakbroeders, zijn Nederlandse vaders al buitengewoon actief. Ze hebben zich massaal verlost van mannelijke stereotiepen (luiers verschonen of in het openbaar een fles geven? 90 procent van de vaders heeft hier geen moeite mee. Achter een kinderwagen lopen niet mannelijk? 92 procent van de vaders vindt dit onzin) en ondernemen allerlei activiteiten met hun kinderen zoals ‘spelen in huis of in de tuin’ (89 procent), ‘naar bed brengen’ (88 procent), ‘in bad of in de douche doen’ (82 procent), ‘aankleden’ (80 procent), ‘een goed gesprek voeren’ (78 procent), ‘buitenshuis spelen’ (72 procent) en voorlezen (69 procent). En vaders combineren deze bezigheden ook nog eens met een hoger aantal arbeidsuren. Vaders met kinderen jonger dan drie jaar werken zelfs harder dan wie ook. Waarom? Omdat ze takken en hompen vlees naar de hut moeten slepen: de beruchte inkomensval waar stellen mee worstelen na de komst van kinderen –  enkele jaren geleden rekende de Gezinsraad uit deze in Nederland groter is dan in de rest van de EU – staat nog altijd open. Praat vaders geen schuldgevoel aan omdat zij geen papadag opnemen.

Mannen als sukkel in de hoofdrol
Ook de overheid heeft al ondervonden dat je er met een oproep tot een vierdaagse werkweek niet komt. Tot een paar jaar geleden was 2 x 32 uur voor man en vrouw de normwerkweek waar Den Haag naar streefde. Met miljoenen kostende bewustwordingcampagnes, zoals Mannen in de Hoofdrol en Mannen worden er beter van trachtte Sociale Zaken het mannelijk kostwinnersdenken af te remmen. Een dure mislukking, vooral door de negatieve communicatiestrategie. TV- en radio-commercials portretteerden vaders als sukkels die telkens uitvluchten verzonnen om thuis niets te hoeven doen. Wie ergerde zich niet aan die snerpende vrouwenstem waarmee de spotjes steevast eindigden: ‘Wie doet thuis nou wat? Heb je het daar weleens over gehad?’ Natuurlijk, flexibilisering van werktijden is van groot belang maar, laten we de onderwerpen die ook kunnen bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van vaders niet uit het oog verliezen.